Inspiratie,  Interview

Presentator en journalist NOS Sport Dione de Graaff: ‘’Ik ben er eigenlijk best trots op dat ik hier nog zit’’

Toen Dione de Graaff na haar stageperiode bij NOS Sport vertrok naar Omroep Amersfoort, zeiden de mensen om haar heen: ‘’Wat doe je? Je moet daar nooit weggaan!’’ Het was een bewuste keuze. In twee jaar tijd leerde ze daar de fijne kneepjes van het vak. Uiteindelijk kwam ze terug bij de NOS en ging ze aan de slag als presentator van Studio Sport. Esther en Emma spreken met Dione over de keuze voor journalistiek, durven trots te zijn en de ambitie om les te geven.

Meestal vragen we: kun je jezelf even voorstellen? Maar we kennen jou natuurlijk al.
Dat is wel grappig, want ik heb gisteren les gegeven op een School voor Journalistiek. Daar moest ik ook wat over mijzelf vertellen. Er zaten jonge mensen, ook mensen die niet van sport houden, dus die hebben geen idee wie ik ben. Ik heb een kleine update gegeven van wat ik heb gedaan. Wat ik leuk vond om te vertellen, is dat ik al heel jong ben begonnen in de journalistiek en dat het toen niet heel veel met sport te maken had. Ik werkte voor de radio toen mijn vrienden en vriendinnen zich te barsten moesten werken in de horeca. Ik presenteerde toen al een onderdeel van een programma op Radio 3, wat toen nog Hilversum 3 was. Ik was zeventien en leerde al interviewen. Je leert dat wanneer je een gesloten vraag stelt, niet heel veel antwoord krijgt. Ik leerde dat als je heel zenuwachtig bent, het maar gewoon moet dóén.

Waarom ben je dit gaan doen?
Ik weet het eigenlijk niet zo goed. Dat is heel raar, want heel veel mensen hebben een heel duidelijk beeld van wat ze willen. Ik heb dat nooit zo gehad. Ik wilde vooral heel graag Frans studeren en tolk/vertaler worden. En als dat zou mislukken, wilde ik archeoloog worden, want ik wilde schatten vinden. Uiteindelijk word je dan presentator van Studio Sport. Ik kan het wel een beetje achterhalen waarom ik dit ben gaan doen. Mijn vader was journalist, maar hij deed een hele andere vorm van journalistiek: hij was oorlogscorrespondent. Hij kwam met zulke vreselijke verhalen thuis en we hadden het altijd over politiek. Dus daar was ik ook wel een beetje klaar mee. Ik las het nieuws wel, maar ik dacht niet dat ik daar daadwerkelijk ook iets mee zou willen doen. En presenteren wilde ik al helemaal niet.

Het dus best een goede vraag: waarom zit je op de plek waar je nu zit? Ik ben uiteindelijk Frans gaan studeren, maar dat mislukte. De universiteit was ook niet iets voor mij, daar had ik te weinig zelfdiscipline voor. Toen ben ik naar de School voor Journalistiek in Tilburg gegaan, omdat daar de kans een op drie was dat ik werd ingeloot en in Utrecht was de kans een op acht. Maar toen was sport nog helemaal geen issue, behalve dat ik sport heel leuk vond. Ik had nooit bedacht dat je dat kon combineren, dat heb ik pas op de School voor Journalistiek geleerd. We moesten dan een onderwerp maken en elke keer stond ik weer bij Willem II of bij de Tilburg Trappers. Daarom heb ik destijds een stageplaats bij Studio Sport aangevraagd, ik wilde uitproberen hoe dat was.

Hoe was het om daar stage te lopen?
Het was heel leuk, want ik kwam binnen en Sierd de Vos werkte hier nog als verslaggever. Dat is een hele bijzondere man. Ik mocht altijd mee met zijn rapportages, daar heb ik veel van geleerd. Hij kon heel snel schakelen. Hij ging dan weg om een onderwerp te maken over iemand van PSV, maar hij zag dan dat er iets anders gebeurde en schakelde heel snel. Dan was het onderwerp niet meer die jongen van PSV, maar iets anders omdat hij dat op dat moment belangrijker vond.

Wat drijft jou?
Mijn nieuwsgierigheid. Het verandert wel, het is een andere vorm van nieuwsgierigheid. Vroeger was ik benieuwd of Pietje van club A naar club B zou verhuizen en hoeveel geld er mee gemoeid was. Dat interesseert mij niet zo veel meer, ik neem het voor kennisgeving aan. Ik ben nu veel meer geïnteresseerd in: wat drijft een topsporter? Zo leuk is dat bestaan namelijk niet. Heel veel mensen denken dat dat het leukste is wat er is, maar er zitten zoveel haken en ogen aan. Ik ben veel meer geïnteresseerd in dat verhaal.

Nieuwsgierigheid is dus het allerbelangrijkste. Ik voelde dat altijd al wel een beetje zitten. Ik heb daar lang met mijn vader over gesproken. Hij heeft mij altijd kritisch bekeken en ik denk dat dat ook goed is. Ik heb kritische mensen om mij heen. Daar heb ik ook meer aan dan aan mensen die zeggen dat alles wat je doet op televisie goed is. Dat helpt om het langer vol te houden. Mijn vader is daarin heel belangrijk geweest, omdat hij daar veel verstand van had. Toen hij heel erg ziek werd, heeft hij tegen mij gezegd: ‘’Het allerbelangrijkste in mijn carrière, en houd dat ook vast, is die nieuwsgierigheid. Als je dat niet meer voelt, moet je echt iets anders gaan doen, want dan is het niet meer journalistiek.’’

Er is geen dag dat ik denk: ik weet nu precies wat mij te wachten staat. Het is zo spannend in het gebouw, je voelt die spanning hier gewoon hangen

En er is hier geen dag hetzelfde. Er is geen dag dat ik denk: ik weet nu precies wat mij te wachten staat. Het is zo spannend in het gebouw, je voelt die spanning hier gewoon hangen. Elke keer inspringen op dat wat er speelt vind ik echt het allerleukste dat er is. Daardoor blijf ik dit ook nog steeds met heel veel plezier doen. Zelfs wanneer het in de studio is, wat een stuk saaier is dan op locatie de Avondetappe doen.

Je vertelt net dat die nieuwsgierigheid heel erg belangrijk is. Wat zijn andere eigenschappen die jou hebben geholpen?
Geduld heeft mij hier ver gebracht. Ik had in mijn carrière te maken met twee meneren, en vooral een meneer: Mart Smeets. En ik zat daar achter, in zijn vakgebied schaatsen en wielrennen. Ik ben heel kritisch op mijzelf, soms mag het een tikje minder. Maar dat helpt ook, omdat je zelf niet het gevoel hebt dat je er al bent. Ik heb altijd gezegd: ik wil het pas gaan doen als ik veel beter ben dan dit. Geduld is een eigenschap die ik heb, en dat is maar goed ook. Het is echt een vak waar je aan moet blijven schaven.

Hoe is het vak de afgelopen jaren veranderd?
Het is heel lastig als je er zelf in meegaat. Het is natuurlijk allemaal sneller. Je moet mee in de vaart der volkeren. Maar of de samenstelling van de redactie zo veranderd is? Ik denk daar over na, omdat ik vind dat ik daar te laks mee ben omgegaan. Ik heb altijd gedacht: ik zit hier als vrouw, maar er is helemaal geen verschil, iedereen kijkt hetzelfde naar mij. Het maakt echt niet uit of ik man of vrouw ben. Daar ben ik wel een beetje van teruggekomen, dat is gewoon echt niet waar. Ik zeg dus dat geduld een belangrijke eigenschap is, maar tegelijkertijd is dat ook best wel gek dat je dat hier moet hebben. Ik geloof echt dat mannen minder geduld hoeven te hebben dan vrouwen. Ik heb het gevoel, nu ik terugkijk, dat ik minder snel een kans heb gekregen omdat ik vrouw ben.

Daar staat tegenover dat je ook, en dat heb ik te weinig gedaan, op bepaalde momenten die je heel zorgvuldig moet uitkiezen, wel op tafel moet slaan en moet zeggen: nu ben ik er klaar mee

Het is lastig om iets te veranderen uit het verleden, maar we kunnen wel kijken naar wat we nu kunnen doen. Wat zou daarin een tip zijn aan jonge vrouwen?
Het gekke is dat ik er heel erg van overtuigd ben dat geduld belangrijk is. Daar staat tegenover dat je ook, en dat heb ik te weinig gedaan, op bepaalde momenten die je heel zorgvuldig moet uitkiezen, wel op tafel moet slaan en moet zeggen: nu ben ik er klaar mee. Maar dat is ook heel lastig. Ik ben van mijzelf, en ik weet niet of dat te maken heeft met dat ik een vrouw ben, wat meer afwachtend. Veel van mijn mannelijke collega’s zijn heel veel, maar niet afwachtend. Als zij vinden dat hen iets toekomt, dan roepen ze daar om, dan worden ze boos of dan halen ze er advocaten bij. Dat zit helemaal niet in mij. In dit vak is het sowieso wel handig om voor jezelf op te komen. Als ik nu terugkijk, had ik dat beter kunnen doen. Al is het alleen maar om over jezelf een goed gevoel te krijgen: ik heb er nu alles aan gedaan.

Waar ben je het meest trots op?
Ik ben er eigenlijk best trots op dat ik hier nog zit en dat het best goed gaat. En dat ik dat uiteindelijk toch zelf heb afgedwongen. Ik vind het waanzinnig, en als ik nog wat langer doorga dan word ik daar emotioneel van, dat mensen mij willen zijn en het een gave baan vinden. Dat vind ik echt niet normaal! Maar dat heb ik nooit toegelaten, je moet altijd normaal doen en zo. Ik zie nu heel erg dat het hartstikke bijzonder is. Ik wilde altijd uitstralen: timmerman zijn is ook heel gaaf. Dat klopt! Maar daarmee hoef je je eigen baan en je eigen werk niet te downplayen. Dat heb ik heel erg lang gedaan.

Dione tijdens de Tourpresentatie van de NOS

Ik mag natuurlijk de Avondetappe maken en dat is het leukste dat ik ooit op werkgebied heb gedaan. Dat komt ook omdat we een hele goede groep hebben en heel goed met elkaar kunnen samenwerken. Het is drie weken achter elkaar heel hard lachen, maar ook op de momenten dat het moet heel serieus kunnen zijn. Mensen vragen steeds: ‘’Ben je niet moe na drie weken Avondetappe?’’ Ik krijg daar zoveel energie van, dat is echt niet normaal. Daar ben ik ook trots op, dat mensen het leuk vinden om met mij samen te werken.

Heb jij een bepaald levensmotto?
Mijn vriend en ik hebben behoorlijk wat heftige dingen meegemaakt en we zijn daar allebei goed uitgekomen. Dus voor ons geldt allebei: zullen we het vandaag net zo leuk hebben als gisteren? En soms is het niet zo leuk en dan is de vraag: zullen we het vandaag leuker hebben dan gisteren? Dat is het. Meer heb ik niet nodig.

Maar ik merk wel dat ik eigenlijk meer zou willen doen voor anderen. Ik denk wel eens over dit vak: wat is het nou eigenlijk? Daarom ben ik ook heel blij, Emma, dat jij zei dat je ooit mij wilde zijn. Want ik denk heel vaak: ja, ik praat hier wat over sport, nou en? Dan denk ik: Dione, ga dan gewoon op een ochtend dat je niet werkt een krant voorlezen in een verzorgingstehuis. Doe iets wat ook echt iets bijdraagt. En ja ik weet het, we bezorgen heel veel mensen plezier met de Avondetappe. Maar je snapt wat ik bedoel toch? Daar ben ik dan niet trots op. Het is nou niet iets waarmee je de wereld een tikje beter maakt. En dat mis ik wel eens. Daar wil ik tijd voor vrijmaken om dat wel te kunnen doen.

Wat denk je dat er nodig is om meer vrouwen op posities in de sport te krijgen?
Dat is een hele belangrijke vraag. Ik heb wel eens op een symposium over dit onderwerp gesproken. Het is niet heel populair om dit te zeggen, maar: het zit ‘m in er veel meer mee bezig te zijn. Door te zeggen: op deze positie willen wij een vrouw, dus daar gaan we naar op zoek. Maar bij sport geldt ook: er moeten meer vrouwen geïnteresseerd raken in sport. Wij kregen elke keer op onze donder dat we geen vrouwelijke commentator hebben, maar die melden zich niet in rijen van tien aan. Er zijn nog steeds heel veel vrouwen helemaal niet geïnteresseerd in sport. Hoe zorgen we ervoor dat vrouwen denken: daar wil ik werken, dat wil ik doen! Dat is iets waar ik nog niet uit ben, maar waar ik wel graag over na wil denken.

Wat zou jij nog willen bereiken?
Ik vind het leuk om andere dingen uit te proberen. Vanaf half december is er een programma op televisie bij Omroep MAX (inmiddels zijn alle afleveringen uitgezonden, red.). Het heeft niks met sport te maken. Het programma presenteer ik samen met Diederik Ebbinge die ik ken uit de kroeg. Het wordt een soort museumprogramma, opgenomen op Paleis Soestdijk. Het is voor eerst dat ik buiten de NOS iets doe dat niks met sport te maken heeft. Ik vond het heerlijk om met andere mensen samen te werken. Want hoe leuk ik mijn collega’s bij de NOS ook vind, het is natuurlijk wel al 26 jaar hetzelfde.

Ik ben nu ook aan het nadenken over het maken van een documentaire over het werkzame leven van mijn vader. Ik heb na zijn dood veel materiaal teruggevonden. Hij is vaak in Suriname geweest tijdens de onafhankelijkheid, hij heeft oorlogen meegemaakt in Nicaragua en in Jordanië. Ik wil dat materiaal gebruiken om hem achterna te gaan, om in zijn voetsporen te stappen. En ik ben bezig met een podcast over faalangst. Dat vind ik heel interessant. De grootste sporters en de grootste artiesten hebben faalangst, maar er wordt nog steeds vrij weinig over gesproken.

Ik zou het heel leuk vinden om het lesgeven op te pakken, maar ik weet helemaal niet of ik het kan. Mijn vader is nadat hij stopte bij de VARA, docent geworden op de Academie voor Journalistiek. Ik was toen net afgestudeerd in Tilburg. Ik vond het zo gaaf dat hij dat deed! Hij vond het fantastisch om jonge mensen enthousiast te maken voor het vak. Dat zou ik het allerliefste doen.

Foto’s: NOS / Stefan Heijdendael

2 Comments

  • Titia Ho Kang Jou

    Wat een mooi interview! Prettig te lezen hoe eerlijk en oprecht Dione vertelt over haar werk en wat zij tot nu toe heeft bereikt. Een echte vakvrouw vind ik haar, ze mag inderdaad zeer trots zijn op wat ze heeft bereikt. Mooie omlijsting van de foto’s trouwens, ze spreken boekdelen! Grote Complimenten van mij voor Dione en ook voor de makers van het mooie interview!

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *