Een kijkje achter de schermen,  Interview,  Sports

Teamspeler Hanneke van den Pol: “Willen is kunnen”

Hanneke van den Pol-Thoonen is Teamleider Games Operations bij NOC*NSF. Hanneke heeft jarenlange ervaring binnen de nationale sportkoepel en vervulde hiervoor onder andere de rol van directeur van de Nationale Sportweek, Senior Event Manager en Senior Communicatie & Marketing Adviseur voor het Olympisch Plan 2028.


Vertel eens, Hanneke, wat doe jij?
Ik ben Teamleider Games Operations bij NOC*NSF. Games Operations is één van de vijf teams van de unit TeamNL van NOC*NSF onder leiding van Maurits Hendriks. De andere teams zijn; Performance Mangement, Athletes Services, Experts en Assist. Team Games Operations is verantwoordelijk voor het organiseren en faciliteren van een optimaal prestatieklimaat en de benodigde prestatie-bevorderende maatregelen voor alle multi-sport uitzendingen van TeamNL. Dat gaat natuurlijk om de Olympische Zomer- en Winterspelen, maar ook bijvoorbeeld om de EYOF (European Youth Olympic Festival), de European Games, de Beach Games en de Jeugd Olympische Spelen.

Voor de Olympische en Paralympische Spelen heb ik tevens de rol van programmamanager en ben ik verantwoordelijk voor de integrale afstemming en coördinatie van alle deelprojecten. Het Games Operations team bestaat uit 12 collega’s en binnen NOC*NSF zijn er zo’n 50 personen die met de Spelen bezig zijn. Je begrijpt dus wel dat er veel afstemming nodig is.


Hoe ziet jouw werkweek eruit?
Geen dag is bij mij hetzelfde; de werkzaamheden zijn heel divers. Richting de Spelen is er een deelprojectleider TeamNL en een deelprojectleider RelatiesNL. TeamNL is verantwoordelijk voor alles in en om het Olympisch dorp en de venues, alles wat we doen voor de sporters, coaches en begeleiders. RelatiesNL is verantwoordelijk voor alles in en om ons Hospitality House. Oftewel alle inspanningen die we verrichten om de belangrijke stakeholders van TeamNL goed voor te bereiden op de Spelen. Hierbij kun je denken aan VWS, Bonden, Sponsoren, de ministeries van Algemene Zaken en het Koninklijk Huis.

Ons uitgangspunt is dat het prestatieklimaat altijd leidend is bij de keuzes die we maken. Dat moet te allen tijde optimaal zijn en alles is ondergeschikt aan de prestaties van onze sporters.

Alle informatie vanuit het organisatiecomité van de Olympische en Paralympische Spelen komt bij ons team binnen. Wij moeten ervoor zorgen dat deze informatie bij alle betrokken partijen terecht komt.

Vanuit mijn rol heb ik veel overleggen met verschillende stakeholders. Denk hierbij aan bondsdirecteuren, de ministeries van Algemene Zaken en VWS en aan het Koninklijk Huis.

De Spelen vinden elke keer in een ander land plaats, waardoor de belangen, doelstellingen en wet- en regelgeving elke keer anders kunnen zijn. Wat ook anders is, is de cultuur van het land en haar inwoners. Daarmee verschilt telkens ook de contactpersonen ter plaatse waar je jarenlang mee gaat samenwerken. Wat werkt wel en wat niet in de cultuur van het organiserende land? Dat is af en toe best lastig. Wij Nederlanders gaan graag recht op ons doel af en in veel culturen is dat niet de beste manier van zaken doen. We besteden daarom veel aandacht aan ‘cultural awareness’.  Ik vind juist het kennismaken met deze verschillende culturen, en daar je samenwerking weer op aanpassen, een heel interessant stuk van ons werk.


Wat vind je het leukste aan je werk?
Ik ben een mensenmens; ik vind het geweldig dat ik met zoveel verschillende mensen mag werken, houd van de complexiteit van de Olympische projecten. Elke cyclus is anders en het is een uitdaging om de (Olympische) lat elke keer hoger te leggen. Voor onze topsporters en stakeholders alles tot in de puntjes te organiseren. Het internationale aspect en het reizen voor je werk is natuurlijk ook geweldig.
Als kind al was sport mijn grote passie. Om van je hobby je werk te kunnen maken en dagelijks mee te mogen werken aan die magische Olympische Spelen vind ik heel bijzonder en mooi.

Waar ben je het meest trots op?
Ik ben trots op TeamNL; op wat we nu aan het neerzetten zijn met het team, op de sporters. De teamwaarden zijn excelleren, samen en respect. Het is mooi dat we dit zo aan het invullen zijn en dat ook steeds zichtbaarder wordt, juist ook tijdens de uitzendingen van TeamNL. Ik ben trots op de sporters die het zo goed doen. Zelf ben ik ook prestatiegericht en ik geloof in de kracht van sport.

Men heeft vaak een idealistisch beeld van onze werkzaamheden rondom de Spelen; dat het één groot magisch walhalla is, maar het is ook keihard werken. Voor en tijdens de Spelen slapen we gedurende een aantal weken maar vier tot zes uur per nacht. Het is echt een teamprestatie. Als de sporters ons dan komen bedanken en zeggen dat ze zich heel erg thuis gevoeld hebben in het Olympisch dorp, is dat een hele mooie waardering. We doen dit immers voor de sporters; zij zijn onze primaire ‘klanten’.

Wat zijn eigenschappen die je op deze positie hebben gebracht?
Ik ben een verbinder. Het draait bij mij om harmonie, samenwerken en het team. In mijn functie is het ontzettend belangrijk om aandacht te hebben voor alle stakeholders en alle belangen in de gaten te houden. Dat past ook bij mijn persoonlijkheid.

Ik ben ook prestatiegericht, kan organiseren en, zoals al gezegd, ben ik een mensenmens met een groot verantwoordelijkheidsgevoel. Ook onder druk kijk ik om me heen of iedereen het nog trekt. Inmiddels werk ik al 27 jaar bij NOC*NSF. Ik heb veel verschillende functies gehad en ken daardoor ook de dynamieken binnen alle betrokken afdelingen. Dit maakt dat ik bereid ben om ze te vertegenwoordigen en hiertoe ook in staat ben. Ik ben open-minded en kan alles met een brede blik bekijken.


Welke van deze eigenschappen zijn in jouw ogen typisch vrouwelijk?
Dat is een lastige, want het is zo snel generaliserend. Maar ik geloof wel dat vrouwen meer behoefte hebben aan harmonie en verbinden. Wij willen het samen doen, hebben wat minder ego, kunnen onszelf makkelijker wegcijferen en anderen laten schitteren. Wij zijn vaak ondersteunend bezig om iets voor elkaar te krijgen, maar uiteindelijk staat iemand anders op de bühne en daar moet je tegen kunnen of juist prettig vinden.

Het valt mij op dat in de evenementenwereld verbazingwekkend veel vrouwen werken, het ‘blauwe’ type: zij zijn goed in organiseren en plannen, werken volgens procedures en regels. Misschien komt dit ook omdat vrouwen iets makkelijker bereid zijn om cyclisch hetzelfde werk te doen.  Ik geloof in een goede man-vrouwverhouding. De kracht zit ‘m in de uitgebalanceerde mix. Hier is binnen NOC*NSF veel aandacht voor. Eerlijkheid gebiedt wel te zeggen dat dit juist in ons team op dit moment behoorlijk scheef verdeeld is; er werkt slechts één man in het team van twaalf personen.

Wat kunnen wij leren van mannen?
We zouden wat minder kunnen praten óver anderen en meer praten mét anderen; vrouwen hebben de neiging om tegen elkaar te klagen en niet de directheid te hebben om iemand er zelf op aan te spreken. Op het veld kunnen mannen bijvoorbeeld een keer flink vloeken: “wat een k..pass!” en daarna is het over. Bij vrouwen kun je dan na de wedstrijd een half uur napraten en zijn er vervolgens nog dagenlang onderhuidse spanningen.

Wij zouden feedback wat meer als een cadeau mogen ontvangen en uitgaan van de goede intentie van de ander. Dat doen mannen gewoon beter.


Welke eigenschappen heeft de sportwereld meer nodig?

Op het sportveld zijn competitie en strijd eigenschappen die de sport mooi maken. Maar in de bestuurskamers en tussen bij sport betrokken organisaties onderling, zou de dienstbaarheid, de samenwerking en het gezamenlijk streven naar resultaten nog verbeterd kunnen worden. Laat de strijd op het veld plaatsvinden en laten we daarbuiten het gezamenlijke belang vooropstellen. Wat dat betreft zijn er gelukkig ook hele mooie ontwikkelingen gaande, waarbij sportorganisaties elkaar gelukkig ook steeds beter weten te vinden.

Wij vrouwen zouden wat minder kunnen praten óver anderen en meer praten mét anderen


Heb jij een rolmodel?
Ik heb niet een specifiek rolmodel, maar het boek van Michelle Obama vond ik inspirerend en indrukwekkend. Hoe zij als vrouw en moeder op een toppositie is beland, welke keuzes ze daarbij gemaakt heeft, maar ook de typische keuzestress en onzekerheden waar elke werkende vrouw met enige regelmaat te kampen heeft, maakt dit boek voor mij echt een aanrader!

Heb jij een cruciale beslissing genomen in je carrière en wat heeft het je gebracht?
Dat zijn er in mijn geval een paar. Allereerst zie ik reorganisaties – in tegenstelling tot veel andere mensen – altijd als kansrijk in plaats van bedreigend. Het is weer een moment om stil te staan bij wat ik wil, daarover in gesprek te gaan en te proberen de kansen die ontstaan te grijpen. 

Wat voor mij een lastige keuze is geweest, was het opzeggen van het directeurschap van de Nationale Sportweek. Ik was daar nog niet uitgeleerd, maar dit was voor mij de keuze voor een betere balans tussen privé en werk. Doordat ik werk ben ik een betere en leukere moeder en dat was toen niet het geval, de balans was zoek. Deze keuze heeft veel rust gegeven, maar was wel spannend omdat ik een ‘stap terug’ deed. Uiteindelijk kon ik vanuit die positie juist weer verder groeien toen daar privé weer ruimte voor was. Het is voor mij een spannende, maar toch ook weer een makkelijke beslissing geweest: mijn gezin staat op 1!

Mijn man heeft een eigen bedrijf en ondanks dat hij ook een overvolle agenda heeft kan hij zijn agenda wel naar eigen vrijheid inrichten. En als ik op reis ben, ben ik in de gelukkige omstandigheid dat hij alles thuis heel goed kan organiseren, terwijl dat normaal toch nog wel meer bij mij ligt. Mijn kinderen zijn wel blij als ik weer thuis ben: “nu hoeven we tenminste niet meer met papa over de agenda te vergaderen.” Het is fijn dat deze verdeling mogelijk is.  


Wat zou jij tegen je jonge zelf willen zeggen
?
Durf te dromen, keuzes te maken en daarbij dicht bij jezelf te blijven. Ben niet vies van hard werken. Maar misschien is het belangrijkste nog wel dat een goede balans de basis is in elke fase van je leven.

Welk sportevenement zou je graag nog eens bezoeken en met wie?
Wimbledon! Ik heb net met mijn man afgesproken om volgend jaar samen naar het finaleweekend te gaan.

Wat wil je dat jouw bijdrage aan de sportwereld is?
De gedachte dat wij met ons team voor veel sporters een omgeving hebben kunnen creëren waarin zij in staat zijn om hun beste prestatie ooit te kunnen leveren, dat vind ik een hele mooie! Wat ik soms lastig vind is dat de buitenwereld  NOC*NSF betitelt als ‘ivoren toren op Papendal’; ik vind het belangrijk dat wij juist heel open staan naar de wereld om ons heen. Denk hierbij aan de sporters, bonden en het publiek. Ik wil graag bijdragen aan een open NOC*NSF, dat ten dienste staat aan het umfeld van de sport.

Wat ik daarnaast heel graag wil bereiken is andere landen sterker maken binnen de Olympische beweging. Ik ben vorige week 50 geworden. Op dit moment ben ik helemaal tevreden met wat ik doe, maar als ik richting mijn pensioen ga, wil ik graag mijn meer idealistische doel verwezenlijken. Er zijn veel landen die niet onze kennis en expertise hebben. Graag zou ik – gezamenlijk met mijn generatiegenoten – als legacy de Olympische beweging sterker maken. Dan wordt mijn achtergrond in de onderwijskunde gecombineerd met mijn Olympische kennis.

Heb je een levensmotto?
Dat zijn er twee. Ons gezinsmotto is “samen sterk”.
En daarnaast is “willen is kunnen” een motto waar ik naar leef.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *