Inspiratie,  Interview

Zevenvoudig wereldkampioen Thaiboksen Ilonka ”Killer Queen” Elmont: ”Als je naar de mening van anderen luistert, kom je nooit waar je moet zijn”

Drie jaar nadat Ilonka Elmont kennis maakte met het Thaiboksen was zij al Nederlands, Europees en wereldkampioen. Tegenwoordig runt zij onder andere haar eigen Ilonka Elmont Foundation, die zich richt op kinderen met een beperking. Esther praat met haar over haar Thaibokscarrière, de Foundation en haar vele andere bezigheden. 

Wie is Ilonka Elmont?
Ik ben 46 jaar geleden geboren in Paramaribo en op mijn achtste naar Nederland verhuisd. Het grootste deel van mijn leven heb ik in Amsterdam gewoond en sinds 2013 ben ik weer terug gegaan naar Suriname om aan sociaal maatschappelijke projecten te werken. Elf jaar geleden kwam mijn zoon Jaedon ter wereld en we hebben het heel fijn met zijn tweetjes. Voor de Covid-periode reisde ik regelmatig naar Nederland voor diverse projecten en seminars in Nederland.

In 1999 ben ik begonnen met Thaiboksen;  op mijn 23ste was ik Nederlands, Europees en wereldkampioen. In die tijd was dat vrij bijzonder, omdat ik het snel na elkaar heb gehaald. In mijn hele Thaiboks-carrière heb ik zeven wereldtitels, twee Nederlandse en één Europese titel weten te behalen; dat is Ilonka Elmont in het kort.

Waarom ben je destijds gestart met Thaiboksen?
Dat is wel een grappig verhaal; ik had een hond en deelde mijn terras met de buurman. Mijn pup ging er vandoor en belandde bij de buurman; dat was Jerry Morris, en hij was tienvoudig kickboks-kampioen. Wij raakten bevriend en hij bracht mij op een gegeven moment naar Lucien Carbin (red: oud-kickbokser, karateka en trainer). Tijdens de eerste training werd ik er al uitgepikt door Lucien; hij zei me dat hij me binnen een jaar kampioen kon maken als ik daarin geloofde. Ik dacht in eerste instantie: “wat een grappenmaker”, maar hij had echt wat getriggerd. Ik heb er serieus over nagedacht en ben de volgende dag terug gegaan om afspraken te maken. En dat was het begin van mijn Thaiboxcarrière; die heeft tot 2009 geduurd; toen was ik zwanger van mijn zoon en heb ik besloten om te stoppen met vechten.

Mijn trainer zei altijd: als mensen tegen je opkijken, dan gaan deuren voor je open, dus dan kan je vaak veel meer bereiken dan anderen. En dat was ook zo

En toen? Je hebt onder andere een eigen stichting, begreep ik.
Dat is eigenlijk al begonnen tijdens mijn vechtsportcarrière, in 1999/2000. Ik werkte toen al mee aan sociaal-maatschappelijke projecten in Amsterdam. Mijn trainer zei altijd: als mensen tegen je opkijken, dan gaan deuren voor je open, dus dan kan je vaak veel meer bereiken dan anderen. En dat was ook zo.
En zo begon ik aan projecten met bijvoorbeeld hangjongeren in Amsterdam; wij brachten hen aan het sporten, we zorgden ervoor dat ze nieuwe ambities kregen. We deden dit ook met gedetineerde jongeren; in Amsterdam Zuidoost had je de jeugdgevangenis ’t Nieuwe Lloyd. Wij zorgden ervoor dat jongeren die met één been weer in de maatschappij stonden, na de gevangenisperiode de sportschool bezochten in plaats van hun oude foute vrienden. Zo is het begonnen.

Ik wilde toen ook graag wat terug doen voor Suriname. Dat is eigenlijk hoe de Ilonka Elmont Foundation in 2007 ontstaan is; hiermee breng ik sport-  en educatieontwikkelingsprojecten aan kansarme kinderen in Suriname.

In 2008 werd ik sportambassadeur van het Ministerie van VWS met onder andere Richard Krajicek, Fatima Moreira da Melo en Jochem Uytdehaage. Namens het Ministerie kregen we focusgebieden aangewezen; bij mij waren dat Zuid-Amerika en het Caribisch gebied en kinderen met een beperking. Zo is de interesse gegroeid om, naast de andere duurzame projecten, ook projecten voor kinderen met een beperking in Suriname te ontwikkelen en uit te voeren. In die periode zag je in Suriname dat sport potentie had, maar dat het erg in de kinderschoenen stond; de sportfaciliteiten waren niet goed bereikbaar, er was vaak geen (degelijke) begeleiding, er waren niet voldoende projecten om jongeren aan het sporten te brengen. In de krant werd bijvoorbeeld nog geen kwart pagina aan sport besteed; inmiddels zijn dat twee tot drie pagina’s en wordt het ook nog eens vertaald in het Engels.

Hoe was het om in 2013 naar Suriname te emigreren?
Het was een behoorlijke omslag na in Nederland gewoond te hebben. In Nederland krijg je veel sneller een reactie, maar Nederland kan ook vrij bureaucratisch zijn. Elk land heeft natuurlijk zijn charmes. Mijn voordeel was dat ik al een netwerk in de zakenwereld had; ik kende bijna iedereen in de top van Suriname en dat is gewoon makkelijker schakelen. Netwerken is ontzettend belangrijk. Toen mijn zoon leerplichtig werd, heb ik de keuze gemaakt voor Suriname; de kwaliteit van leven is toch anders, ik had hier ook de opvang voor mijn zoon en het zakelijke netwerk was er dus al. Als je mensen kent, dan kun je heel snel schakelen, bijna toveren en sneller successen hebben. Als je het goed doet, dan wil iedereen eraan meedoen. En voor mij is het ideaal omdat ik normaal gesproken ook nog regelmatig heen en weer reis tussen Suriname en Nederland, dan heb je echt “the best of both worlds”.

Hoe zien jouw weken eruit?
Met de Foundation werken we op projectbasis. We werken met lokale partners, bijvoorbeeld een watersponsor en bedrijven die personeel inzetten om ons te helpen. Voor drie duurzame projecten werk ik samen met Fonds Kind & Handicap uit Nederland en met de Onderwijsspecialisten. Zij steunen de Foundation dan financieel, zodat ik projecten voor kinderen met een beperking namens hen kan uitvoeren. We hebben bijvoorbeeld een project “Special Edition”, dat zijn sportdagen voor kinderen met een beperking; hiervan hebben we er vier tot zes per jaar. Tussen de 150 en 200 kinderen met een beperking komen dan per sportdag bij elkaar. Die kinderen komen op die manier uit hun isolement en maken dan vriendjes; zo’n sportdag wordt gekoppeld aan een lokale artiest en een lokale sporter om hun dromen dichterbij hun bed te brengen. Zodat de kinderen denken: misschien kan ik wel heel goed zingen of sporten en dan kan ik net zo goed worden als met de artiest met wie ik heb touwgetrokken.

Je doet dit niet fulltime, wat doe je er nog naast?
Te veel, ik begrijp ook niet waarom ik zoveel doe. Sowieso geef ik personal training, die is op basis van vechtsport, waarbij ik mensen leer zelfverzekerder te worden; het is een combinatie van coaching en de training.

Wat ik verder doe is het saneren van sportscholen. Als sportscholen niet goed draaien, dan komen wij met ons team om deze weer draaiende te krijgen. En natuurlijk ben ik fulltime moeder.
Ik organiseer ook seminars en teambuilding-dagen voor bedrijven: hier zit altijd een thema aan verbonden dat gekoppeld wordt aan het thema van het bedrijf, bijvoorbeeld integriteit, doorzetten, vertrouwen. De seminars zijn meestal een combinatie van praten en sporten, waarbij bijvoorbeeld de waarden uit een sportieve oefening worden gehaald. Sport verbroedert, dus op die manier breng je mensen op een hele leuke manier bij elkaar. Tevens ben ik key-note speaker over de thema’s leiderschap en succes; dat koppel ik aan mijn carrière. Ik deel ook de valkuilen. Business is immers topsport en topsport is business. Naast dit alles probeer ik ook nog zelf te trainen.

Wat zijn de grootste learnings uit je topsportcarrière die je ook als voorbeeld in het bedrijfsleven gebruikt?
Ik ben bijvoorbeeld een individuele sporter, maar werkte wel in een team; ik werkte met een trainer, verzorger, fysio en sparring partners. En een team kan heel divers zijn; iedereen heeft zijn of haar eigen invalshoek. Ik stond daarin centraal. Het was dus belangrijk om te luisteren; te geven en te nemen, te zorgen voor een goede balans, te zorgen voor een goede reflectie wie en wat je bent, dat je weet waar je voor staat.

Een voorbeeld is een combinatie bij het sparren: als mijn tegenstander een linkse directe, een rechterhoek en een linkerknie geeft en een trap daarna, dan heb je tal van manieren om daarop een antwoord te geven. Soms moet je dan een stoot laten gaan om er twee te geven. Als je dit fysieke vertaalt naar het conceptuele, dan komt het erop neer dat je bepaalde zaken moet accepteren om te kunnen groeien. Het komt er eigenlijk op neer om te luisteren naar wat de persoon in de actie aan jou vertelt, je bent als het ware fysiek aan het schaken. Je moet dan dus leren hoe je moet reageren om de confrontatie aan te gaan; uiteindelijk werk je aan jezelf en dat maakt je divers.

Hoe kijk jij naar diversiteit?
Enerzijds geldt dat natuurlijk als vrouw; er zijn wel positieve ontwikkelingen, maar vrouwen zijn nog niet volledig geaccepteerd op het hoogste niveau. In de vechtsport was ik destijds de enige vrouw tussen die kasten van kerels en moest ik mijn ‘mannetje’ staan. Wij vrouwen gaan meerdere drempels over: dat leert ons hard werken, gedisciplineerd zijn, dat moet ons een drive geven om het nog beter te kunnen. Want als je nog beter bent, dan kunnen ze niet om je heen. Wat goed is, verkoopt. Een vraag die ik vaak krijg van vrouwen is: “ik werk al heel lang op een bepaalde positie en doe het beter dan collega’s, maar toch krijgt die mannelijke collega de kans wel die ik niet krijg.” En in mijn ogen moet dat je juist gretig maken; je moet knokken voor wat je waard bent, figuurlijk dan hè, je moet hem ‘inmaken’ met je cijfers en juist als het moeilijk is, dan moet je doorzetten.

Mooie metaforen uit de vechtsport! Waar ben je het meest trots op?
Ik ben trots op de keuzes die ik heb gemaakt, waar ik nog volledig achtersta. Toen ik begon met de vechtsport, was er veel weerstand van vrienden en familie omdat ze niet het geloof in mij hadden. Maar omdat mijn trainer dit geloof wel had, ben ik voor mijn dromen gegaan. In mijn ogen heb je maar één persoon nodig die in jou gelooft. En ik ben er trots op dat ik elke dag weer gedisciplineerd ben opgestaan en ben gaan trainen, ook al had ik soms absoluut geen zin.

Is dat ook de belangrijkste boodschap die meegenomen hebt uit je topsportcarrière?
Ja absoluut; jij moet gewoon in jezelf blijven geloven; wie gaat dat anders voor je doen? Anderen hebben altijd een mening en als je naar hen luistert, kom je nooit waar je moet zijn. Tenzij het opbouwende kritiek is. Dit heeft mij gevormd, het doorzetten, het geloof hebben in iets, kleine stapjes maken die vaak een groot succes worden; dat heb je op latere leeftijd vaak pas door terwijl je ze onbewust al deed.

Verbetering is groei, dat geeft energie en al die kleine succesjes helpen daarbij; de diamant wordt geslepen, dan heb je iets gecreëerd en kleine succesjes worden een groot succes

Een voorbeeld hierbij is het trainen in de sportschool, drie keer op een dag; tijdens de ochtendtraining zijn we aan de slag met de techniek, dit gaat hartstikke stroef en hapert aan alle kanten. In de middag is de volgende training; op dat moment heb ik al met mezelf gesproken en gezegd: ik ga het goed doen, ik ga laten zien dat ik dit kan: ‘het gaat me die dag lukken’. Omdat je steeds bezig bent met die kleine verbeterpunten, dan krijg je 30 nieuwe kansen in die combinatie. Elke keer als je iets herhaalt, ben je bezig met een verbetering. Verbetering is groei, dat geeft energie en al die kleine succesjes helpen daarbij; de diamant wordt geslepen, dan heb je iets gecreëerd en kleine succesjes worden een groot succes. Uiteindelijk weten we allemaal dat als je iets herhaalt, bijvoorbeeld dat pas na 2500 keer de bal te hebben getrapt richting het doel die mooie curve erin zit. En zo geldt dat in de vechtsport ook: we moeten minimaal 2500 keer iets herhalen voordat het een gewoonte is.

Welke ambitie heb je nog?
Ik zou meer motivational talks willen doen; ik wil mensen motiveren en inspireren, ik wil dat mensen de beste versie van zichzelf worden. Ik wil dat mensen door mijn verhaal getriggerd worden. En ten tweede wil ik hier in Suriname een Sports Performance Centre neerzetten waar de nationale teams komen werken aan hun performance.

Welke tips zou je aan de jongere versie van jezelf geven?
Bewaar je rust. Die had ik niet. Ik ben nogal energiek; ik was gretig en hongerig, een hele wilde hond. Terwijl je een beter overzicht had als je je rust kon bewaren. Ik wilde overal op af in volle vaart en soms moet je een pas op de plaats doen. En daar had ik echt heel veel moeite mee. Nu nog steeds wel, maar een stuk minder. En dat is een van de moeilijkste dingen voor mij geweest: rust bewaren en geduldig zijn. Als ik dit meer had gedaan, was ik nog beter geweest, dan was ik een monster, in de positieve zin dan.

Wat doe je er nu dan aan om die rust wel te bewaren?
Mijn zoon temt me. Een kind is een klein mensje met een eigen wil en eigen mening; geduld is niet mijn sterke kant, but I’m learning. Ik ben al elf jaar in de leer en het gaat steeds beter.

Wat is jouw levensmotto?
Als je niet kan kiezen, kies voor beide. Als iemand komt met twee geweldige voorstellen, dan moet je gewoon voor allebei gaan. Een keuze heeft altijd een gevolg; ik wil soms gewoon allebei. Waarom kun je gewoon niet beide doen? Dat vind ik beperkend, ik houd ook niet van nee.

Is er tenslotte nog iets dat je nog kwijt wilt?
Ik benoemde de drie grote projecten; ik heb hierin een gouden driehoek. Ik had het al over de ‘Special Edition’, en hiernaast is er ook ‘Ready &Able’, een train de trainer programma, dit is waarin trainers en coaches leren hoe om te gaan met mensen met een beperking. Als derde punt van de driehoek hebben we Special Heroes, dit programma is gekoppeld aan de Nederlandse organisatie. Hier komt de rol van het onderwijs erbij kijken. De vindvijver van deze kinderen is namelijk op school. Kinderen maken op school kennis met sport, spel en verenigingen. Wij zorgen er dan voor dat de sportverenigingen klaar zijn om deze doelgroep te ontvangen op hun club, het gaat om structurele vrijetijdsbesteding voor kinderen met een beperking. De trainers die het Ready & Able trainingsprogramma hebben doorlopen zijn aanwezig bij de Special Edition sportdagen. Zij kunnen daar hun geleerde vaardigheden laten zien en wij kunnen ze toetsen. Dat is dus mijn gouden driehoek.

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *