Inspiration,  Interview

Anneke van Zanen: “volg je passie, hou focus en blijf dicht bij jezelf”

Anneke van Zanen-Nieberg is sinds mei 2019 de nieuwe voorzitter van NOC*NSF. Deze no-nonsens powervrouw, afkomstig uit de accountancywereld en met jarenlange bestuurservaring in de sport, mag de komende jaren de sportkoepel besturen. We ontmoeten elkaar op het Kijkduinse strand, waar Anneke ruim de tijd neemt om al mijn prangende vragen te beantwoorden.

Wie is Anneke van Zanen-Nieberg?
Mensen zullen mij omschrijven als no-nonsense en eigenzinnig, tikkeltje eigenwijs, ze luistert wel, maar doet dingen op haar manier.

‘What you see is what  you get’: ik ben altijd dezelfde persoon ongeacht wie er tegenover me zit, ik ben authentiek, speel geen toneelstuk. Een vriend van mijn handbalvereniging Hellas wilde ooit meer weten over mijn werkzaamheden; we hebben toen een dagdeel met elkaar meegelopen. Ik was toen Algemeen directeur bij de Auditdienst Rijk. Waar hij het meest verbaasd over was is dat ik op mijn werk net zo ben als op ‘de club’: “je maakt hier net zulke flauwe grapjes als op Hellas.”

Ik ben gedreven en ambitieus: ik wil gewoon de beste zijn in wat ik doe, voor mezelf maar ook voor mensen met wie ik samenwerk, zij moeten op mij kunnen bouwen.

Waar ben je het meest trots op?
In eerste instantie op mijn gezin (Anneke is moeder van vier kinderen, red.), zij doen het goed.

En verder op diverse zaken: ik ben trots als ik zie dat het gezellig is op een NK Beachvolleybal, trots dat de Special Olympics in Den Haag plaatsvinden. Trots op al die sporters die zich waanzinnig inzetten om zich te kwalificeren voor Tokyo. En op al die breedtesporters die actief met hun sport bezig zijn; op ouderen die in beweging komen.

Wat drijft je?
Plezier in het leven!

Kijkend naar je CV, dan zie ik dat je naast de functie als bestuursvoorzitter van Baker Tilly Nederland veel nevenfuncties uitvoerde; hoe kun je dit allemaal combineren?
Het belangrijkste woord hierin is balans. Het is elke keer opnieuw die balans weer vinden tussen privé/gezin, werk en sport. Ik werkte bijvoorbeeld voor PWC toen ik kinderen kreeg. Op dat moment heb ik gekozen voor een baan binnen de Rijksoverheid,  een baan zonder veel reisafstand, om wat flexibeler te zijn om de kinderen op te halen. Ik maak het mezelf eigenlijk gewoon makkelijk.

Mijn nevenfuncties zijn allemaal in de sport en het zijn geen dagtaken. Het netwerk is complementair. Eigenlijk heb ik gewoon ‘luie’ keuzes gemaakt door al mijn nevenfuncties in de sport te kiezen. In mijn werk heb ik veel in de accountancy/financiële sector gewerkt, ook dat is voor mij een stabiele omgeving; en dus loopt het gewoon. Het oogt misschien veel, maar voor mij is het allemaal in balans. Ik kan dat niet echt uitleggen.

 

Eigenlijk heb ik gewoon ‘luie’ keuzes gemaakt door al mijn nevenfuncties in de sport te kiezen

 

Mijn aanstelling als voorzitter van NOC*NSF was helaas niet te combineren met mijn functie als bestuursvoorzitter bij Baker Tilly. Ik had ook nee kunnen zeggen, maar ik weet dat ik daar flink van gebaald zou hebben. In een eerdere situatie, toen mijn functie bij Rijksoverheid niet gecombineerd kon worden met het penningmeesterschap bij NOC*NSF, heb ik al gekozen voor werk. Dat heeft pijn gedaan, dus nu ik weer de kans kreeg heb ik gekozen voor sport.

Wat bij de combinatie van al deze werkzaamheden zeker ook helpt is dat ik veel energie krijg van de combinatie: werk inspireert mij bij sport en sport geeft mij energie bij het werk!

Mijn lijfspreuk is ‘volg je passie, hou focus, en blijf dicht bij jezelf’. Zorg dat je elke keer opnieuw die balans weer vindt.  Mijn balans is op dit moment verstoord, omdat ik werkloos ben. Die balans komt echt wel weer terug, anders word ik chagrijnig. Onlangs was ik in Baku en sprak ik met jonge managers in de sport. Ik vertelde dit ook aan hen en vroeg hen: “aangezien jullie dagelijks met de sport bezig zijn, wat doe je er voor leuks naast om energie van te krijgen? Om los te komen van wat je doet? Wat is jouw balans?” Elke keuze die je daarbij maakt is goed. Velen hadden zo nog nooit tegen nevenwerkzaamheden aangekeken. 

Hoe ziet een gemiddelde week eruit? 
Op dit moment ben ik 4 à 5 dagen per week bezig met NOC*NSF en dat wil ik wel terugbrengen naar 2 à 2,5 dag. We hebben een fantastisch bestuur en we doen het met zijn allen. Soms is het nodig dat de voorzitter ergens bij aanwezig is vanwege zichtbaarheid of herkenbaarheid, maar wij zijn allemaal even belangrijk.

Deze periode gebruik ik om rustig met mensen kennis te maken en op locatie aanwezig te zijn: ik ben onlangs bijvoorbeeld bij de KNSB zomertraining in Thialf geweest. De sporters zijn nu alweer volop in voorbereiding. Het is bijzonder om te zien hoeveel mensen daarbij betrokken zijn zodat zij die prestaties in de wintermaanden kunnen leveren. Het is mooi om de tijd daarvoor te kunnen nemen.

Voor deze rol moet je wel een omnivoor zijn: als je geen plezier aan dit soort zaken beleeft, kun je beter gewoon op je eigen club dingen blijven doen.

Hoe kunnen er meer vrouwen op topposities in de sport terecht komen?
Laat je zien, durf je vinger op te steken. Voor mij is het geen bewuste route geweest, ik ben gewoon gestart omdat ik het leuk vond. Destijds was ik voorzitter van het FAS (Fonds Arbeidsaangelegenheden in de Sport). André Bolhuis zocht nog een penningmeester voor NOC*NSF; Marijke Fleuren, mijn medebestuurder, heeft mij hiervoor aanbevolen.

Als je mij 30 jaar geleden verteld had dat ik nu voorzitter van NOC*NSF zou zijn, had ik je vierkant uitgelachen. En als ik dat destijds als bewust doel had gehad, dan weet ik ook niet of het wel gelukt zou zijn. Ik ben gewoon altijd mijn hart blijven volgen: echt dingen doen die je intrinsiek leuk vindt.  Ik geniet van het kijken naar een sportwedstrijd en krijg energie van contact met leuke mensen. Voor mij voelen deze nevenwerkzaamheden niet als een verplichting, dus zijn ze ook geen inspanning.

Ik weet niet hoe andere vrouwen hiernaar kijken; voor mij is het een kwestie van slimme keuzes maken, zoals werken in de buurt, op een bepaald niveau, en ook duidelijk zijn over wat nodig is. Als ik bijvoorbeeld op tijd weg moest voor de kinderen, dan gaf ik dit gewoon aan. Durf voor jezelf op te komen.

Hoe denk je over een vrouwenquotum in de sport?
Ik ben geen voorstander van quota, maar van kwaliteit. Als je ergens een functie te vervullen hebt,  is het wel belangrijk om er over na te denken of je vrouwen een gelijke kans geeft, bijvoorbeeld door in de sollicitatiecommissie ook vrouwen op te nemen. Bij een commissie van alleen mannen, onderzoek wijst dat uit, is de kans dat een man gekozen wordt 80 – 85 %.

Probeer bewust te kiezen voor gelijke man/vrouw verhouding en voor diversiteit in een bestuur. Met de kwaliteit van vrouwen in de huidige maatschappij kan dat eigenlijk geen probleem zijn. Maar bedenk wel dat er een goede voedingsbodem moet zijn. Laatst zag ik een video over de invloed van vrouwen in gesprekken. Zet je in een groep van acht personen één vrouw neer, dan heeft zij geen invloed: “één vrouw is geen vrouw”. Wil je feminiene invloed, dan is het noodzakelijk minstens twee vrouwen neer te zetten.

Ik merk dat het momenteel op verenigingsniveau lastiger is om bestuurders te krijgen. Vroeger was het leuk om bestuurder te zijn. De verantwoordelijkheid voor bestuurders is de afgelopen jaren sterk toegenomen. Nu spelen er zaken als de AVG’s, seksuele intimidatie, vertrouwenspersonen, social media, obesitas, 55+ers aan het sporten, nadenken over andere verdienmodellen. Bestuurswerk is onverkort onbezoldigd, met grotere verantwoordelijkheden en er kan veel kritiek komen. In mijn ogen kun je – omdat het onbezoldigd is – altijd een keer zeggen, “ik kom een keer niet”, maar of de omgeving dat altijd accepteert is een tweede. Iedereen moet blijven beseffen dat wij allemaal vrijwilligers zijn, die het naast het werk doen en dat het op sommige momenten wel eens niet te combineren is met werk.

In mijn tijd als voorzitter van handbalvereniging Hellas wilde ik er nooit aan dat er geen of te weinig vrijwilligers zijn. Iedereen wil best een keer een bardienst draaien of een evenement organiseren. Alleen vinden mensen het in deze tijd lastig zich te committeren aan een commissie of andere taken die een grotere verantwoordelijkheid vragen. De omgeving verandert; er moet dus op een andere manier gedacht worden. Bijvoorbeeld door mensen voor afgebakende taken te vragen. Mijn ervaring is dat iedereen bereid is dat te doen. Daarnaast zijn er veel ouders die al die kinderen wegbrengen en ophalen, die ook daaraan tijd besteden.  Dat is ook niet vanzelfsprekend, daarvoor mag je af en toe ook dankjewel zeggen. Mensen bedanken voor hun bijdrage, ik probeer er altijd aan te denken.

Ik denk dat veel vrouwen veel kunnen betekenen in de sport. Ga gewoon die commissies in, pak die bestuurlijke rol. Doe het alleen of samen met iemand. Ik weet zeker dat het daardoor nog beter gaat worden in de sport.

 

Van een verkeerde keuze maken, leer je. Het is de kunst om er niet in te blijven hangen

 


Je bent gewend om als vrouw in een mannenwereld te opereren; heb je nog tips voor jonge vrouwen in de sport?
Zoals ik al aangaf: steek gewoon je vinger op, kom ervoor uit dat je iets leuk vindt en durf ook gewoon actie te ondernemen.  

Iemand heeft het mij wel eens als volgt omschreven: zie het leven als het rijden op een rotonde, veel mensen blijven rijden op een rotonde en durven de afslag niet te nemen. Hierdoor rijden ze door tot de benzine op is; dan moeten ze noodgedwongen de afslag nemen die ze waarschijnlijk helemaal niet zelf hadden uitgekozen. Cruciaal is dat je zelf bepaalt welke afslag je wilt nemen.

Misschien is het omdat ik drie broers heb, maar ik denk er eigenlijk überhaupt niet over na of ik iets kan, ik doe het gewoon. Dat is misschien een ander denkpatroon. Is het dan nodig om een mannelijk denkpatroon te hebben om als vrouw te slagen in de sportwereld?  Nee, je moet vooral dicht bij jezelf blijven: de focus en passie hebben.

En durf ook te vragen! Vragen om een keer te sparren bijvoorbeeld. Als ik het niet weet, dan bel ik gewoon iemand die het wel weet om koffie te drinken. De kracht is dat je durft te erkennen dat je het niet precies weet en met iemand anders erover kunt sparren. “Wat zou jij doen? Heb je dit weleens gehad?”

Een van je aandachtspunten is de internationale positionering van sportland Nederland.
Nederland wordt in de wereld geprezen als het over presteren gaat. Wat is dat voor raar volkje? Met beperkte middelen presteren ze zo goed; onze supporters zijn natuurlijk ook geweldig en vind je overal.

Bestuurlijk loopt dat niet evenredig: wij zetten elke euro sportief in, maar investeren bescheiden in bestuurlijke ambities. Op dit moment hebben wij geen Nederlands IOC-lid en hebben we een beperkt aantal functies in internationale federaties. Wat mij betreft mag dat wel een tandje steviger. Het is belangrijk dat de bonden en NOC*NSF elkaar steunen. Het vraagt tijd en dedication om internationale stappen te zetten. Als wij bestuurlijk internationaal meer willen en ik de meest geschikte kandidaat zou zijn, dan ben ik uiteraard bereid om daar een rol in te vervullen. Maar in mijn ogen zijn er wellicht geschiktere kandidaten en die moeten dan mijn onvoorwaardelijke steun krijgen. Het gaat erom de beste kandidaat naar voren te schuiven en daar heb ik dan een rol in te vervullen.

Wij Nederlanders zijn bijvoorbeeld niet altijd even diplomatiek. De 76 bonden in Nederland hebben allemaal al een andere cultuur. Laat staan hoe dat internationaal is. Wij resoneren bijvoorbeeld meer met de Nordic landen, richting de meer Oost-Europese landen is het soms wat ingewikkelder voor ons, soms alleen al doordat sommige collega voorzitters nauwelijks Engels spreken.

 

Het gaat om oprechte interesse; dan ontstaan de interessantste gesprekken

 

Ik probeer in ieder geval altijd het gesprek aan te gaan. Ik zat bijvoorbeeld laatst bij een diner naast de Turkse voorzitter van de Internationale Handboog Federatie. Hij was als atleet actief geweest in de hink-stap-sprong en in het basketbal, dus ik vroeg hem: “what went wrong?”, omdat hij nu bestuurder van een sport geworden was waarin hij niet actief was geweest.  Hij moest daar erg om lachen. We hadden een heel geanimeerd gesprek over drijfveren en passie voor sport. Hij was oogchirurg, en zijn studenten wisten dat hij een sportachtergrond had. Omdat het bestuurlijk niet soepel liep, hebben zijn studenten hebben aan hem gevraagd of hij bij de bond wilde helpen. Dat was zijn bestuurlijke start in de handboogwereld, waar hij door zijn gedrevenheid mooie stappen heeft gezet. Het gaat om oprechte interesse; dan ontstaan de interessantste gesprekken, bouw je mooie contacten op en leer je er ook nog wat van.

Als voorzitter heb ik nog veel te ontdekken: als ik internationale geluiden opvang, wordt er met heel veel lof gesproken over mijn voorgangers en NOC*NSF. Wel wordt er gezegd dat we nog niet de plek ingenomen hebben die we zouden verdienen, in verhouding tot onze sportprestaties. We beginnen dus op een lichte achterstand. Zaak dus om als Nederland onze kansen te grijpen als die zich voordoen; in 2022 is Den Haag de Europese Sporthoofdstad. We willen wat, dus waarom geen EOC-congres in dat jaar in de stad? Of, gecombineerd met een internationaal (beach)kampioenschap, ook een congres van de internationale volleybalfederatie? Laten we vooral ook geven, als basis om later iets te krijgen.

Een ander aandachtspunt is sportparticipatie; wat zie je hier als uitdagingen?
Het gaat bij NOC*NSF om de balans; om topsport en om participatie. Ik denk dat wij wat scherper mogen worden in doelstellingen ten aanzien van sportparticipatie. Een heldere focus maakt ons ook herkenbaarder in de buitenwereld. Waar staan we voor, waar zijn we van. Voor mij zal dit een absoluut speerpunt zijn de komende jaren. De basis van de participatiekant zit natuurlijk in de fantastische sportinfrastructuur die wij in Nederland hebben. Zoveel enthousiaste verenigingen in allerlei takken van sport, waar mensen verantwoord en veilig sport kunnen bedrijven. Uitdaging is de sport aantrekkelijk te houden voor iedereen.

Voor wat betreft de accommodatiekant zullen wij ons hard maken dat als het kabinet straks een miljardenfonds voor de infrastructuur opzet – waaronder de uitbreiding van huisvesting – dat zij dan ook een deel van die gelden inzet om nieuwe wijken te voorzien van SPORT, cultuur en natuur. Dit sluit aan bij ons uitgangspunt dat iedereen elke dag kan sporten.

De traditionele verenigingen staan op dit moment ook enigszins onder druk. Men vindt het tegenwoordig lastiger om een langdurig commitment aan te gaan; niet iedereen wil meer zijn hele leven lang één sport doen. Soms willen mensen al binnen een maand een gevarieerd aanbod. Bonden en verenigingen moeten hierin anders gaan denken om mensen aan zich te binden. Ik loop bijvoorbeeld regelmatig hard doordeweeks; ik ben geen lid van een atletiekvereniging, omdat ik die verplichting niet wil. Maar misschien dat ik wel sporadisch een techniektraining zou willen om goed te blijven lopen. Daar wil ik dan best eenmalig voor betalen.

Op dit vlak zie ik al mooie initiatieven: de NTTB heeft bijvoorbeeld het initiatief Pingpongbaas gelanceerd. Bedrijven kunnen hun tafels registreren in de app en op deze manier wordt het tafeltennissen op de werkvloer gestimuleerd.

Bij golf vond vroeger een ballotage plaats, was er het golfvaardigheidsbewijs (GVB, gekoppeld aan handicap 36) en was men verplicht 18 holes te lopen, zodat er maar niemand binnen kwam. Dit is in 2012 volledig op de schop gegaan; golf is veel toegankelijker geworden. Het is makkelijker geworden om Handicap 54 te halen. En ook het lopen van 9 holes telt tegenwoordig mee bij de bepaling van je handicap. Diverse teamsporten faciliteren andersoortige competities, zodat mensen niet twee/drie keer per week op het veld hoeven te staan. Denk bijvoorbeeld aan vrijdagavondhockey en zo kan ik nog wel even doorgaan. Mooie initiatieven, die onze aandacht steun en stimulans verdienen. Daar wordt Nederland echt een stukje gezonder van!

Heb je een role model?
Ik heb niet één role model, maar pik graag van veel mensen wat mee. Els van Breda Vriesman, de voormalig voorzitter van de FIH (internationale hockeyfederatie) ken ik niet heel goed, maar ik bewonder haar rust en overzicht; je kunt dus een (ogenschijnlijk) bescheiden, sterke vrouw zijn, en toch een groot netwerk hebben. Marijke Fleuren, voorzitter van de EHF (Europese Hockey Federatie) heeft een bepaalde passie en doet het gewoon. Zij zet zich ook sterk in voor de gender equality binnen de hockeywereld, heeft in Nederland met een aantal anderen ‘een veilig Sportklimaat’ tot leven gebracht. Helder, scherp en uitvoeren met een missie. Ik leer daarvan. Ook bij handbal heb ik als speelster en mens veel geleerd van meerdere personen binnen de club. 
Ik ben wel echt mezelf en geen kopie van anderen.

 

Laten we vooral ook geven, om later iets te krijgen

 


Wat zou je tegen je jonge zelf willen zeggen?
Volg je hart, dan komt het allemaal goed.

Ik heb nergens spijt van. Ik ben op een gegeven moment gestopt met handbal omdat de combinatie met werk niet mogelijk was. Als ik dit anders had gedaan, was ik wellicht een hele goede handbalster, maar geen goede accountant geworden. Ik ben dus blij met de keuzes die ik gemaakt heb. Ook ik heb wel eens een verkeerde keuze gemaakt: na een jaar NBA-bestuur (accountancy), merkte ik dat het niet goed voelde. Dit was een nevenfunctie die gekoppeld was aan mijn werk en niet in een andere branche. En dus heb ik de keuze gemaakt om te stoppen. Dat is misschien wel een andere wijze les; durf ook te stoppen als het niet goed voelt of je er niet voldoende energie van krijgt. Een verkeerde keuze maken is dus niet erg, daar leer je van. Kunst is om er niet in te blijven hangen.

Welk sportevenement zou je graag nog eens bezoeken en met wie? 
Wimbledon wil ik zeker nog eens bezoeken; de enige keer dat ik daar geweest ben is tijdens de Olympisch Spelen. En dit wil ik dan met mijn maatje van o.a. de Haagse sportadviesraad: oud-judoka Carola Uilenhoed of met mijn man; met hem bezoek ik altijd Roland Garros. En bij voorkeur natuurlijk met allebei😊.

En tenslotte, heb je een bepaald motto?
Ik noemde al: “volg je passie, hou focus en blijf dicht bij jezelf”
En een tweede motto is “elke dag plezier”. Ik zeg weleens tegen mijn omgeving: als ik chagrijnig ben, blijf ik thuis. Ik vind dat plezier een keuze is; in een straal van een meter om mij heen is het altijd leuk. Natuurlijk zit bij mij het leven ook wel eens tegen, maar dan kun je nog altijd positief in het leven staan. En je hebt in Nederland altijd de keuze om vrolijk je bed uit te stappen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *